donderdag 22 november 2012

Sneeuwpret










De sneeuw knarst onder mijn laarzen. En ik zweef erboven want ik ben in de wolken.
 En dat in meer dan één opzicht vandaag.
Vroeg in de morgen zat ik namelijk op mijn fiets richting dokterspraktijk om de foto te gaan bekijken die ze van me gemaakt hadden.
  En dat was een plaatje, die als het niet te klinisch was, ik hier heel graag had laten zien.

 "Je hebt een slank hart", sprak de medicijnman.
 Nou dat was een ongelooflijk feit als je nagaat dat ik al jaren niet meer slank was, om precies te zijn 13 jaar niet meer.
  Bedankt jongste!
 Maar ik had hem dus, een slank hart. Dat was toch iets om trots op te zijn.
Dat hart had ik al vast in de pocket, bij wijze van spreke dan, want hij zat gelukkig keurig in mijn lijf zoals het hoort.

 "En je hebt prachtige strakke lijnen". "De man werd zowaar lyrisch en ik steeds meer in de wolken want welke man zegt dat nu s’morgens zo vroeg op je nuchtere maag?
 Die van mij in ieder geval niet.
 Maar de medicus bedoelde mijn longlijnen bleek, nooit geweten dat ik die had trouwens.

 "Je hebt geen vocht."
 O nee? Nou ik had anders voor ik wegging nog twee glazen fruitontbijt naar binnen gewerkt, en een glas water,wat toch echt vocht genoeg voor mij was het komende uur.
 Ik keek hem dan ook bepaald vreemd aan denk ik, want hij verklaarde meteen dat het nog steeds over mijn foto ging.

 " Maar wat gaan we nu doen?"
 Eh..,een dansje maken samen omdat alles goed is?
 "Hoe bedoel je dat dokter?"
 We tutoyeren elkaar al een tijdje omdat hij jonger is als ik, en ik niet van de U vorm houd.
 Bah nee, echt niet want dan voel ik me meteen bejaard en dat wil ik zeker de eerste dertig jaar nog niet zijn.

 "Nou, je moet wel iets aan die hoest doen."
 "O, dat", wuifde ik mijn altijd aanwezige hoest gemakzuchtig weg.
 "Die heb ik al zolang, die hoor ik niet eens meer."
 Nu keek hij me vreemd aan.
 "Dus je wilt geen pufje, of zoiets."
 "Inderdaad,zoiets wil ik niet,dan raak je maar verslaafd, en dat ben ik al genoeg aan lekker eten."

De jongeling lachte en keek me diep in de ogen.
 "Je bent me er eentje."
 Ja, gelukkig wel zeg, stel je voor dat ik met zijn tweetjes was dacht ik. Ik zou gek worden van een tweede mij.

 "Nee, ik meen het. Ik wil geen pufje, maar wat ik wel wil is therapie. Ik adem verkeerd en dat doe ik al sinds 1988, en niemand heeft me ooit hulp geboden, dus aan jou de kans om dat nu te mogen doen.”
 "Dus jij zegt eigenlijk, omdat je op de verkeerde manier ademt ga je hoesten."
 "Ja inderdaad, ik haal te oppervlakkig adem en dan krijg je dat."
 Ik schrok me naar toen hij ineens keihard begon te lachen. Wat had ik nu weer voor geks gezegd?
 "Ok jij je zin", zei hij toen hij uitgelachen was, en tikte iets op de computer. "Je krijgt een week van me om te bedenken wat voor therapie je wilt hebben, en dan laat je het me maar weten."
 "Echt! Mag ik dan zelf kiezen?"

Ik voelde me als een kind zo blij. Jaren wilde ik al hulp maar durfde het nooit te vragen. Ik dacht altijd, dat krijg ik toch niet voor zoiets onbenulligs als mijn ademhaling. En nu kon ik zelfs kiezen, joepie!
 "Echt", zei de dot, en ik huppelde bijna de spreekkamer uit.

Onderweg schoot ik nog even bij een vriendin aan om het goede nieuws te vertellen, maar die trok me meteen mee naar binnen omdat haar schildpad en 3 kauwen en de klanten anders verkouden zouden worden van de tocht.
Ze hadden een sport annex kunstwinkeltje en zij was stapel op dieren, vooral op zwerfdieren. Als we die vonden konden we ze altijd bij haar kwijt.
Zo was ze ook aan de Kauwen gekomen, die ze moederlijk op haar borst warm liet worden. De rare vogels kwamen ook altijd weer terug als ze allang gezond verklaard waren, om nog eens aan haar borst gekoesterd te worden.
Nou ja, welke vreemde vogel zou dat nu niet willen?

Na elkaar in vogelvlucht verteld te hebben wat haar en mij deze week was overkomen gingen we ieder weer onze eigen weg, en ik rende ons huis binnen om de kat te smoren van blijdschap.
 Die was daar helemaal niet blij mee want ik was zo statisch geladen dat haar haren overeind vlogen toen ze een fikse schok kreeg van mijn handen.
“Sorry”, riep ik, toen ze maakte dat ze wegkwam.
 Dan Frank maar bellen, die zou ook wel willen weten wat de uitslag was.
 Na de telefoon tien of meerdere keren over te hebben laten gaan, gaf ik het op.

Ik pakte de fotocamera en holde weer naar buiten.
Ik moest mijn overtollige energie toch ergens kwijt verdorie.
 Na twee uur in de kou vogels te hebben vastgelegd kwam ik nog steeds statisch thuis, mikte snel een boterham naar binnen en klom voor de computer.
Nou ja, niet letterlijk klom, meer zeeg neer op mijn zalige warme bureau stoel die pal voor de verwarming stond.
Daar lag echter de kat al, die ik over haar harige hoofd had gezien.
 "Nogmaals sorry!!"Riep ik, toen ze blazend de aftocht blies omdat ze weer een serie schokken te verduren kreeg.

En toen…, echt precies toen de klok twaalf uur sloeg, begon het te sneeuwen...en te sneeuwen en te sneeuwen…
Het leek wel alsof het nooit meer op zou houden. Het was een sprookje.
 En dat is de reden dat ik hier nu loop te zweven.
Ja, nee niet nu, maar dat deed ik dus net voor ik dit verhaaltje begon op te schrijven.
 Nu zit ik hier verlekkerd te denken aan al die sneeuw, die vast nog wel een paar dagen wil blijven liggen, dankzij de vorst.
 Ik houd van sneeuw als het ongerept is en de zonnestralen er diamantjes overheen laat glinsteren.
 Ik houd van de sneeuw omdat alle geluiden dan zo stil worden.
 Ik houd ook van sneeuw omdat het zo zuiver wit is,en zacht, en koel.
 Ik houd ook van sneeuw omdat je dan sneeuwpoppen kunt maken en sneeuwballen kunt gooien naar wie je maar wilt al is het de boze buurman.
Het word je altijd lachend vergeven.
 Sneeuw haalt het kind in ons naar boven.
Het verwonderde sprakeloze kind dat met open mond kijkt naar al die witte pracht waar je zoveel plezier mee kunt hebben.
 Dus zeg ik: “Tot morgen, geweldige, lieve, prachtige witte dag met een randje...