En dat in meer dan
één opzicht vandaag.
Vroeg in de morgen zat ik namelijk op mijn fiets richting
dokterspraktijk om de foto te gaan bekijken die ze van me gemaakt hadden.
En dat was een
plaatje, die als het niet te klinisch was, ik hier heel graag had laten zien.
"Je hebt een
slank hart", sprak de medicijnman.
Nou dat was een
ongelooflijk feit als je nagaat dat ik al jaren niet meer slank was, om precies
te zijn 13 jaar niet meer.
Bedankt jongste!
Maar ik had hem dus,
een slank hart. Dat was toch iets om trots op te zijn.
Dat hart had ik al vast in de pocket, bij wijze van spreke
dan, want hij zat gelukkig keurig in mijn lijf zoals het hoort.
"En je hebt prachtige
strakke lijnen". "De man werd zowaar lyrisch en ik steeds meer in de
wolken want welke man zegt dat nu s’morgens zo vroeg op je nuchtere maag?
Die van mij in ieder
geval niet.
Maar de medicus
bedoelde mijn longlijnen bleek, nooit geweten dat ik die had trouwens.
"Je hebt geen
vocht."
O nee? Nou ik had
anders voor ik wegging nog twee glazen fruitontbijt naar binnen gewerkt, en een
glas water,wat toch echt vocht genoeg voor mij was het komende uur.
Ik keek hem dan ook
bepaald vreemd aan denk ik, want hij verklaarde meteen dat het nog steeds over
mijn foto ging.
" Maar wat gaan
we nu doen?"
Eh..,een dansje maken
samen omdat alles goed is?
"Hoe bedoel je
dat dokter?"
We tutoyeren elkaar
al een tijdje omdat hij jonger is als ik, en ik niet van de U vorm houd.
Bah nee, echt niet
want dan voel ik me meteen bejaard en dat wil ik zeker de eerste dertig jaar
nog niet zijn.
"Nou, je moet
wel iets aan die hoest doen."
"O, dat",
wuifde ik mijn altijd aanwezige hoest gemakzuchtig weg.
"Die heb ik al
zolang, die hoor ik niet eens meer."
Nu keek hij me vreemd
aan.
"Dus je wilt
geen pufje, of zoiets."
"Inderdaad,zoiets wil ik niet,dan raak je
maar verslaafd, en dat ben ik al genoeg aan lekker eten."
De jongeling lachte en keek me diep in de ogen.
"Je bent me er
eentje."
Ja, gelukkig wel zeg,
stel je voor dat ik met zijn tweetjes was dacht ik. Ik zou gek worden van een
tweede mij.
"Nee, ik meen
het. Ik wil geen pufje, maar wat ik wel wil is therapie. Ik adem verkeerd en
dat doe ik al sinds 1988, en niemand heeft me ooit hulp geboden, dus aan jou de
kans om dat nu te mogen doen.”
"Dus jij zegt eigenlijk,
omdat je op de verkeerde manier ademt ga je hoesten."
"Ja inderdaad,
ik haal te oppervlakkig adem en dan krijg je dat."
Ik schrok me naar
toen hij ineens keihard begon te lachen. Wat had ik nu weer voor geks gezegd?
"Ok jij je
zin", zei hij toen hij uitgelachen was, en tikte iets op de computer.
"Je krijgt een week van me om te bedenken wat voor therapie je wilt hebben,
en dan laat je het me maar weten."
"Echt! Mag ik
dan zelf kiezen?"
Ik voelde me als een kind zo blij. Jaren wilde ik al hulp
maar durfde het nooit te vragen. Ik dacht altijd, dat krijg ik toch niet voor
zoiets onbenulligs als mijn ademhaling. En nu kon ik zelfs kiezen, joepie!
"Echt", zei
de dot, en ik huppelde bijna de spreekkamer uit.
Onderweg schoot ik nog even bij een vriendin aan om het
goede nieuws te vertellen, maar die trok me meteen mee naar binnen omdat haar
schildpad en 3 kauwen en de klanten anders verkouden zouden worden van de tocht.
Ze hadden een sport annex kunstwinkeltje en zij was stapel
op dieren, vooral op zwerfdieren. Als we die vonden konden we ze altijd bij
haar kwijt.
Zo was ze ook aan de Kauwen gekomen, die ze moederlijk op
haar borst warm liet worden. De rare vogels kwamen ook altijd weer terug als ze
allang gezond verklaard waren, om nog eens aan haar borst gekoesterd te worden.
Nou ja, welke vreemde vogel zou dat nu niet willen?
Na elkaar in vogelvlucht verteld te hebben wat haar en mij
deze week was overkomen gingen we ieder weer onze eigen weg, en ik rende ons
huis binnen om de kat te smoren van blijdschap.
Die was daar helemaal
niet blij mee want ik was zo statisch geladen dat haar haren overeind vlogen toen
ze een fikse schok kreeg van mijn handen.
“Sorry”, riep ik, toen ze maakte dat ze wegkwam.
Dan Frank maar bellen,
die zou ook wel willen weten wat de uitslag was.
Na de telefoon tien
of meerdere keren over te hebben laten gaan, gaf ik het op.
Ik pakte de fotocamera en holde weer naar buiten.
Ik moest mijn overtollige energie toch ergens kwijt
verdorie.
Na twee uur in de kou
vogels te hebben vastgelegd kwam ik nog steeds statisch thuis, mikte snel een
boterham naar binnen en klom voor de computer.
Nou ja, niet letterlijk klom, meer zeeg neer op mijn zalige
warme bureau stoel die pal voor de verwarming stond.
Daar lag echter de kat al, die ik over haar harige hoofd had
gezien.
"Nogmaals
sorry!!"Riep ik, toen ze blazend de aftocht blies omdat ze weer een serie
schokken te verduren kreeg.
En toen…, echt precies toen de klok twaalf uur sloeg, begon
het te sneeuwen...en te sneeuwen en te sneeuwen…
Het leek wel alsof het nooit meer op zou houden. Het was een
sprookje.
En dat is de reden
dat ik hier nu loop te zweven.
Ja, nee niet nu, maar dat deed ik dus net voor ik dit
verhaaltje begon op te schrijven.
Nu zit ik hier
verlekkerd te denken aan al die sneeuw, die vast nog wel een paar dagen wil
blijven liggen, dankzij de vorst.
Ik houd van sneeuw
als het ongerept is en de zonnestralen er diamantjes overheen laat glinsteren.
Ik houd van de sneeuw
omdat alle geluiden dan zo stil worden.
Ik houd ook van
sneeuw omdat het zo zuiver wit is,en zacht, en koel.
Ik houd ook van
sneeuw omdat je dan sneeuwpoppen kunt maken en sneeuwballen kunt gooien naar wie
je maar wilt al is het de boze buurman.
Het word je altijd lachend vergeven.
Sneeuw haalt het kind
in ons naar boven.
Het verwonderde sprakeloze kind dat met open mond kijkt naar
al die witte pracht waar je zoveel plezier mee kunt hebben.
Dus zeg ik: “Tot
morgen, geweldige, lieve, prachtige witte dag met een randje...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten